|
Brood kunt u natuurlijk ook geven maar alleen brood is een
té eenzijdige voeding. Uiteraard kunt u ook vetbollen,
nootjes, zakjes pinda's ophangen, dit is prima voor de mezen
en andere kleine vogeltjes. Bij strenge vorst zijn stukjes
kaas voor de merels en spreeuwen ook ideaal.
Ook als u water voor de vogels neerzet, bedenk dan dat het
minder snel bevriest als u er wat druivensuiker bijdoet. Mocht
het tóch snel bevriezen dan is het beter wat fruit
neer te leggen.
Heeft u watervogels in de buurt, voer die dan bij op de
kant, gooi niet het voer op het ijs omdat de vogels moeten
bewegen. Geef ganzen klein gesneden witte kool, eenden
brood, fruit en andere groenten. Voeder niet téveel
want dat trekt ratten aan. Het voer dat u geeft moet dus in
1x op.
Bij zéér strenge vorst die minstens 2 weken
aanhoudt, verzorgt de Dierenbescherming in samenwerking met
gemeenten, dierenambulance en andere organisaties de wintervoedering
van eenden, ganzen en andere watervogels. Dit gebeurt op een
plek in de gemeente waar zoveel mogelijk watervogels zich
kunnen verzamelen.
Het klinkt misschien dieronvriendelijk om dit pas na 2 weken
te starten maar dit heeft een duidelijke reden:
- de doortrekkers moeten voor hun overleving doortrekken
naar een vorstvrij gebied en die mogen we dus niet houden
op voerplaatsen, waar ze te maken krijgen met voor hen verkeerde
voeding, kou etc.
- de blijvers moeten zich gaan verzamelen op plekken met
open water, en in grote groepen, zodat het voeren overzichtelijk
en georganiseerd kan worden.
TIP: trek een vastgevroren vogel nóóit van
het ijs maar probeer voorzichtig of het mogelijk is om ze
met een stukje ijs rondom hun lichaam en pootjes los te maken.
Lukt dit niet, bel dan de dierenambulance.
Dierenbescherming 3B-Hoek
|