Logo Dierenbescherming  
De Dierenbescherming Afdeling 3B-Hoek
Dierenbalk
 

Afdelingsinspecteur    •  Dierenambulance    •  Dieren in de wei   •  Huisdieren en vakantie
Schildpadden   •   Vogels    •  Wintervoedering van vogels   •   Jonge konijnen en hazen

 
  Home > Dierenleed > bioindustrie
 
Home
Organisatie
Activiteiten
Ook helpen?
Vermist &
Gevonden
Dierenleed
Adressen
Telefoonnrs
Links
Contact
Terugéén stap terug
 
 

Bio-industrie: dieren zijn “dingen” geworden

Nederland houdt zo’n 500 miljoen dieren per jaar voor de productie van vlees, eieren, melk en bont. Dat is een onvoorstelbaar aantal varkens, koeien, kippen, eenden, kalkoenen, konijnen, vissen en nertsen. Ruim 95 % daarvan leeft in de bio-industrie en komt nooit buiten. Weggestopt in schuren en krappe hokken moeten zij tegen zo laag mogelijke kosten produceren: een ellendig leven vol stress, pijn en verveling.

Dierenfoto

Ons land exporteert jaarlijks voor miljarden euro’s aan dierlijke producten. Dat zijn niet te onderschatten economische belangen. Maar we zijn te ver doorgeslagen: dieren zijn levende wezens met gevoel, die kun je niet als “dingen” behandelen. Een overgrote meerderheid van de Nederlanders vindt ook dat je dieren op een dierwaardige manier moet houden. En dat er een einde moet komen aan de misstanden in de intensieve veehouderij. De Dierenbescherming doet er wat aan en ook u kunt helpen.

Kippen in de legbatterij zitten met meerdere dieren in een metalen kooi en hebben veel te weinig leefruimte. Zo weinig, dat ze niet eens hun vleugels kunnen strekken. Ze hebben geen strooisel, geen zitstokken en geen legnest. Daardoor kunnen ze geen natuurlijk gedrag vertonen. Na een jaar eindigt hun leven als soepkip. Ook scharrelkippen hebben het slecht, al is hun leven in vergelijking met de legbatterijkip wel verbeterd.

Vleeskuikens in de bio-industrie worden dicht op elkaar op de grond in grote stallen gehouden. De bekende kipfilets en drumsticks komen niet van een volwassen kip, maar van kuikens die amper anderhalve maand geleefd hebben. In zes weken worden ze gemest tot een gewicht van maar liefst twee kilo! Snelle groei en een hoog gewicht leiden tot pootaandoeningen, hartstoornissen en dood groeien. Zo sterven jaarlijks ongeveer 16 miljoen vleeskuikens voordat zij de slachtleeftijd hebben bereikt.

Bij biggen wordt standaard het staartje geamputeerd. Ook worden ze zonder verdoving gecastreerd. Het weghalen bij de moeder gebeurt veel te vroeg. Gevolg daarvan is dikwijls een shock en ziektes als diarree, waartegen dan weer antibiotica moet worden gegeven. De varkens worden in circa zes maanden vetgemest tot 85 a 110 kilo. Dit gebeurt in kale hokken met weinig afleiding en amper ruimte om te bewegen. De vloer bestaat voor het grootste deel uit rooster. Ze hebben geen strooisel om op te liggen, om in te wroeten, of om op te kauwen.
Nog altijd worden veel zeugen gehuisvest in krappe ligboxen waarin zij zich niet kunnen omdraaien. Zeugen die bijna moeten werpen, hebben sterke behoefte aan nestbouw. Toch krijgen ze nauwelijks materiaal. Bij het werpen en tijdens de kraamperiode van drie a vier weken worden ze in een kraambox opgesloten zonder strooisel en met zeer beperkte bewegingsruimte.

Kalfjes worden direct na de geboorte bij de moeder weggehaald. Na tien dagen gaan ze op transport naar de mesterij. Om te voorkomen dat ze aan elkaar zuigen, worden ze de eerste weken alleen in een box gehouden. Daarna worden ze in groepen van vier tot acht gehuisvest. Vleeskalveren komen niet buiten en worden op volledige roostervloeren gehouden. Het ijzergehalte in hun bloed wordt in zes maanden afgebouwd tot het niveau waarop het vlees blank kleurt en de kalveren net niet ernstig ziek worden.

De laatste jaren komen ook nieuwe vormen van bio-industrie op met dieren die we allemaal kennen. Konijnen worden in een te klein hok met nauwelijks bewegingsvrijheid vetgemest. En 5 miljoen (peking)eenden zitten dicht opeengepakt in Nederlandse schuren en stallen, zonder uitloop naar buiten en zonder zwemwater.
3 miljoen kalkoenen zitten dicht op elkaar met gekapte snavels en komen nooit buiten. En wie denkt dat alle vis uit zee komt, vergist zich. Grote viskwekerijen lijken de bio-industriële oplossing voor de vraag naar paling, zalm, forel, meerval en andere vissoorten.

Wat doet de Dierenbescherming aan de bio-industrie?

De Dierenbescherming laat de miljoenen dieren in de bio-industrie niet in de kou staan. Door succesvol campagne te voeren heeft de Dierenbescherming het leed van miljoenen dieren al kunnen verminderen. Maar we zijn er nog lang niet.

Hoe ons toekomstbeeld eruitziet? Alle productiedieren krijgen uitloop naar buiten. Er worden geen staarten geamputeerd, snavels afgebrand of tanden geknipt. Ook het verwijderen van hoorns en castreren zonder verdoving komt niet meer voor. Bovendien wordt er geen gebruik meer gemaakt van doorgefokte rassen, maar van robuustere dieren die tegen een stootje kunnen. De dieren worden tijdig ingeënt tegen besmettelijke ziekten en aan het eindeloos gesleep met dieren over grotere afstanden komt een eind.

We werken hierin zo veel mogelijk samen met andere “groene” maatschappelijke organisaties en zorgen zodoende voor een groter draagvlak. Bij supermarkten dringen wij aan op een diervriendelijker inkoopbeleid, bijvoorbeeld met de jaarlijkse actie “Meetlat Supermarkten”. Op landelijk niveau wordt er gelobbyd bij overheid en politiek voor diervriendelijke regelgeving. Met een achterban van circa 180.000 leden hebben we immers redelijk wat in de melk te brokkelen. Met veranderingsgezinde boeren zetten wij alternatieve veehouderijsystemen op, zoals scharrel en biologisch, maar ook werken we aan kleine verbeteringen om het dierenleed te verminderen. Ook internationaal werken wij, via de Europese World Society for the Protection of Animals (WSPA) aan verbetering van de Europese wetgeving. Door heel het land geven wij voorlichting over de bio-industrie en diervriendelijke alternatieven. Bij het bedrijfsleven dringen wij aan op maatschappelijk verantwoordelijk ondernemen. Al met al geven wij dieren uit de bio-industrie een stem. U kunt ons steunen bij dit werk door lid te worden van de Dierenbescherming of een gift te doen.

Wat kunt u nog meer doen?

  • Geniet wat vaker van een maaltijd zonder vlees.
  • Kies voor biologisch vlees, of in ieder geval voor scharrelvlees.
  • Kies voor biologische melkproducten.
  • Kies voor eieren met stempelcode 0 (biologisch) of 1 (scharrelei met uitloop naar buiten)
  • Vraag of de kantine op uw werk, school of sportvereniging wil overgaan op diervriendelijke catering.
  • Vraag uw bakker om geen eieren uit de legbatterij te gebruiken
  • Laat uw supermarkt weten dat u meer diervriendelijke alternatieven in het schap wilt en koop dit dan ook.
  • Vraag in restaurants om diervriendelijke alternatieven.

Terug

(terug naar boven)

© ASROM 2010