| Ons land exporteert
jaarlijks voor miljarden euro’s aan dierlijke producten.
Dat zijn niet te onderschatten economische belangen. Maar
we zijn te ver doorgeslagen: dieren zijn levende wezens met
gevoel, die kun je niet als “dingen” behandelen.
Een overgrote meerderheid van de Nederlanders vindt ook dat
je dieren op een dierwaardige manier moet houden. En dat er
een einde moet komen aan de misstanden in de intensieve veehouderij.
De Dierenbescherming doet er wat aan en ook u kunt helpen.
Kippen in de legbatterij zitten met meerdere
dieren in een metalen kooi en hebben veel te weinig leefruimte.
Zo weinig, dat ze niet eens hun vleugels kunnen strekken.
Ze hebben geen strooisel, geen zitstokken en geen legnest.
Daardoor kunnen ze geen natuurlijk gedrag vertonen. Na een
jaar eindigt hun leven als soepkip. Ook scharrelkippen hebben
het slecht, al is hun leven in vergelijking met de legbatterijkip
wel verbeterd.
Vleeskuikens in de bio-industrie worden
dicht op elkaar op de grond in grote stallen gehouden. De
bekende kipfilets en drumsticks komen niet van een volwassen
kip, maar van kuikens die amper anderhalve maand geleefd hebben.
In zes weken worden ze gemest tot een gewicht van maar liefst
twee kilo! Snelle groei en een hoog gewicht leiden tot pootaandoeningen,
hartstoornissen en dood groeien. Zo sterven jaarlijks ongeveer
16 miljoen vleeskuikens voordat zij de slachtleeftijd hebben
bereikt.
Bij biggen wordt standaard het staartje
geamputeerd. Ook worden ze zonder verdoving gecastreerd. Het
weghalen bij de moeder gebeurt veel te vroeg. Gevolg daarvan
is dikwijls een shock en ziektes als diarree, waartegen dan
weer antibiotica moet worden gegeven. De varkens worden in
circa zes maanden vetgemest tot 85 a 110 kilo. Dit gebeurt
in kale hokken met weinig afleiding en amper ruimte om te
bewegen. De vloer bestaat voor het grootste deel uit rooster.
Ze hebben geen strooisel om op te liggen, om in te wroeten,
of om op te kauwen.
Nog altijd worden veel zeugen gehuisvest
in krappe ligboxen waarin zij zich niet kunnen omdraaien.
Zeugen die bijna moeten werpen, hebben sterke behoefte aan
nestbouw. Toch krijgen ze nauwelijks materiaal. Bij het werpen
en tijdens de kraamperiode van drie a vier weken worden ze
in een kraambox opgesloten zonder strooisel en met zeer beperkte
bewegingsruimte.
Kalfjes worden direct na de geboorte bij
de moeder weggehaald. Na tien dagen gaan ze op transport naar
de mesterij. Om te voorkomen dat ze aan elkaar zuigen, worden
ze de eerste weken alleen in een box gehouden. Daarna worden
ze in groepen van vier tot acht gehuisvest. Vleeskalveren
komen niet buiten en worden op volledige roostervloeren gehouden.
Het ijzergehalte in hun bloed wordt in zes maanden afgebouwd
tot het niveau waarop het vlees blank kleurt en de kalveren
net niet ernstig ziek worden.
De laatste jaren komen ook nieuwe vormen van bio-industrie
op met dieren die we allemaal kennen. Konijnen
worden in een te klein hok met nauwelijks bewegingsvrijheid
vetgemest. En 5 miljoen (peking)eenden zitten
dicht opeengepakt in Nederlandse schuren en stallen, zonder
uitloop naar buiten en zonder zwemwater.
3 miljoen kalkoenen zitten dicht op elkaar
met gekapte snavels en komen nooit buiten. En wie denkt dat
alle vis uit zee komt, vergist zich. Grote
viskwekerijen lijken de bio-industriële oplossing voor
de vraag naar paling, zalm, forel, meerval en andere vissoorten.
Wat doet de Dierenbescherming aan de bio-industrie?
De Dierenbescherming laat de miljoenen dieren in de bio-industrie
niet in de kou staan. Door succesvol campagne te voeren heeft
de Dierenbescherming het leed van miljoenen dieren al kunnen
verminderen. Maar we zijn er nog lang niet.
Hoe ons toekomstbeeld eruitziet? Alle productiedieren krijgen
uitloop naar buiten. Er worden geen staarten geamputeerd,
snavels afgebrand of tanden geknipt. Ook het verwijderen van
hoorns en castreren zonder verdoving komt niet meer voor.
Bovendien wordt er geen gebruik meer gemaakt van doorgefokte
rassen, maar van robuustere dieren die tegen een stootje kunnen.
De dieren worden tijdig ingeënt tegen besmettelijke ziekten
en aan het eindeloos gesleep met dieren over grotere afstanden
komt een eind.
We werken hierin zo veel mogelijk samen met andere “groene”
maatschappelijke organisaties en zorgen zodoende voor een
groter draagvlak. Bij supermarkten dringen wij aan op een
diervriendelijker inkoopbeleid, bijvoorbeeld met de jaarlijkse
actie “Meetlat Supermarkten”.
Op landelijk niveau wordt er gelobbyd bij overheid en politiek
voor diervriendelijke regelgeving. Met een achterban van circa
180.000 leden hebben we immers redelijk wat in de melk te
brokkelen. Met veranderingsgezinde boeren zetten wij alternatieve
veehouderijsystemen op, zoals scharrel en biologisch, maar
ook werken we aan kleine verbeteringen om het dierenleed te
verminderen. Ook internationaal werken wij, via de Europese
World Society for the Protection of Animals (WSPA) aan verbetering
van de Europese wetgeving. Door heel het land geven wij voorlichting
over de bio-industrie en diervriendelijke alternatieven. Bij
het bedrijfsleven dringen wij aan op maatschappelijk verantwoordelijk
ondernemen. Al met al geven wij dieren uit de bio-industrie
een stem. U kunt ons steunen bij dit werk door lid te worden
van de Dierenbescherming of een gift te doen.
Wat kunt u nog meer doen?
- Geniet wat vaker van een maaltijd zonder vlees.
- Kies voor biologisch vlees, of in ieder geval voor scharrelvlees.
- Kies voor biologische melkproducten.
- Kies voor eieren met stempelcode 0 (biologisch) of 1
(scharrelei met uitloop naar buiten)
- Vraag of de kantine op uw werk, school of sportvereniging
wil overgaan op diervriendelijke catering.
- Vraag uw bakker om geen eieren uit de legbatterij te gebruiken
- Laat uw supermarkt weten dat u meer diervriendelijke
alternatieven in het schap wilt en koop dit dan ook.
- Vraag in restaurants om diervriendelijke alternatieven.
Terug
(terug naar boven) |