| De Dierenbescherming
3B-hoek ontvangt regelmatig klachten van inwoners over de slechte
verzorging van huisdieren door buurtbewoners. Meestal betreft
het dan om kleinigheden, die na een gesprek met de inspecteur
eenvoudig verholpen kunnen worden. Dit keer was de komst van
de inspecteur te laat: het konijn was reeds overleden. De inspecteur
kon dit slechts vaststellen, maar zag gelijktijdig, dat er in
het hok geen etensresten en geen drinken aanwezig waren. Het
konijn was erg mager en had bovendien weinig beschutting voor
de kou. Het leek er daarom sterk op dat het konijn was gestorven
vanwege te weinig eten en drinken.
De eigenaar van het konijn verklaarde dat het dier ziek was
geweest en daaraan uiteindelijk was overleden. Het konijn
was echter niet door een dierenarts behandeld, zo verklaarde
de eigenaar op vragen van de inspecteur. Een reden daarvoor
kon zij niet geven.
Volgens de inspecteur heeft de eigenaar daarmee het konijn
noodzakelijke verzorging onthouden en heeft het dier onnodig
moeten lijden. Omdat de juiste doodsoorzaak nu niet meer vastgesteld
kon worden, liet de inspecteur het voor deze keer met een
waarschuwing aan de eigenaar. Normaliter zou proces verbaal
opgemaakt worden en strafvervolging wegens dierenmishandeling
ingesteld worden.
Dierenbescherming vindt nieuwe afdelingsinspecteur
De Heraut 24 juli 2002, Bergschenhoek - Na een oproep in
zowel de eigen uitgave als De Heraut slaagde de afdeling 3B-Hoek
van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren er
in een afdelingsinspecteur te vinden in Bergschenhoek. Mevrouw
D. Mijnster toonde zich bereid haar medewerking hieraan te
verlenen. 'Soms noodzakelijk werk, maar gelukkig ook met maanden
waarin ik niet op pad hoef', aldus de Hoekse die zelf verzot
blijkt op honden.
Van een afdelingsinspecteur wordt verwacht dat zij betrokkenheid
heeft met en kennis heeft van dieren. Daarnaast is het belangrijk
dat zij een nuchtere kijk heeft op de relatie mens-dier. Naast
telefonische bereikbaarheid dient de afdelingsinspecteur over
eigen vervoer te beschikken.
'Al jarenlang collecteerde ik voor de dierenbescherming,
maar daar had ik geen zin meer in', aldus de Hoekse. 'Toch
wilde ik wel iets voor de dierenbescherming blijven doen en
daarom reageerde ik op een oproep voor afdelingsinspecteur.
Na een cursus gevolgd te hebben mocht ik aan de slag.'
 |
Klachten
Als er klachten binnen komen van bijvoorbeeld dierenmishandeling
krijgt de inspecteur die door. 'Dan ga ik eerst eens
kijken of de klacht gegrond is. Want we horen natuurlijk
erg veel, maar alles wat wij waarnemen is niet altijd
slecht voor een dier. Zoals bijvoorbeeld de boodschap
'zo zielig; die geit staat aan een touwtje', of 'ze
hebben geen afdakje'. En over een pony 'het kan niet
goed zijn; hij staat niet op gras'. Ook ga ik kijken
als we een melding binnen krijgen van mishandeling van
een hond of kat; dat bestaat nog steeds.'
|
Commentaar
Niet iedereen is altijd even blij als de inspecteur op bezoek
komt. 'Je krijgt al snel te horen 'ga van mijn erf af', 'wat
weet jij er nou van' of 'daar heb je ze weer', want ik kom
wel eens meerdere keren bij hetzelfde adres. Als afdelingsinspecteur
heb je geen bevoegdheden, maar we staan in nauw contact met
de rayoninspecteur van de Landelijke Inspectie Dienst. Gelukkig
komt het niet vaak voor dat er opgetreden moet worden. Tot
nu toe heb ik pas één echte dierenmishandeling
meegemaakt hier in de B-Driehoek'. Glimlachend: 'In de grote
steden is het veel erger, maar hier in onze omgeving zorgen
we vaak beter voor onze dieren dan voor onze medemens; tenminste,
daar lijkt het wel eens op.'
Minder leuk
Inmiddels heeft mevrouw Mijnster gemerkt dat haar taak niet
altijd even leuk is. "Je zit tussen de klager en de aangeklaagde
in en daar moet je een oplossing voor zien te vinden. Maar
vanaf de eerste dag heb ik me voorgenomen: als er ergens een
klacht is ga ik er gewoon naar toe en dan zie ik daar wel.
Maar nogmaals: de B-Driehoekbewoners zijn goed voor hun dieren,
dat heb ik wel gemerkt.'
Trees Borkus-Henskens
|